Je ziet vooral interieurfoto's van een herenhuis. Alles lijkt wat vervallen chique te zien. Ooit moet het mooi, maar toch wat kneuterig, zijn geweest. De deuren kunnen wel een laagje verf gebruiken. Toestellen zoals telefoons, haardroger; diaprojector... lijken afkomstig uit de jaren zestig. Meest opvallend is het tot een halve meter hoogte rondslingerend papier, zakken; dozen , boeken in bijna alle gefotografeerde kamers, alsof dieven zeer grondig alles selecteerde wat waarde had en de rest lieten rondslingeren. De foto's zijn scherp en weinig poëtisch.Het verhaal achter de foto's zorgt voor het effect.
Fotograaf Eddo Hartmann was na meer dan 20 jaar teruggekeerd naar het ouderlijk huis dat hij samen met zijn broer en moeder was ontvlucht. Zijn vader die hen mishandelde was de hele tijd in het huis blijven wonen De bank had het huis verkocht doordat de vader oplopende schulden had gemaakt en in april 2008 geeft de nieuwe eigenaar aan Eddo de toelating foto's te maken in het huis. Het zijn deze foto's die pas nu voor het eerst worden tentoongesteld in het museum Dr.Guislain. Tegelijkertijd wordt een fotoboek uitgegeven met daarin een prachtig voorwoord van Douwe Draaisma die verschillende boeken over het geheugen schreef.
Een aantal interessante vragen worden daarin gesteld: Wat doet de confrontatie met de interieurs van je jeugd met de herinnering? En wat als het om de herinnering aan een traumatisch verleden gaat?
De tentoonstelling "Hier woont mijn huis. Vijf variaties op wonen en waanzin" is nog te bezichtigen in het museum Dr.Guislain,Jozef Guislainstraat 43, 9000 Gent, tot 16 september 2012

Ze houdt van oude dingen, niet alleen antiek, maar ook oude stenen of houtblokken. Deze voorwerpen inspireren haar om te schilderen. Ze abstraheert de vormen van die voorwerpen en het resultaat zijn abstracte werken die heel er fris ogen. Het schilderij dat ze meebrengt tijdens het interview bestaat voornamelijk uit blauw, rood en wit. "Het heeft iets primitiefs" zegt ze zelf. Ze schildert graag met snelle bewegingen en dit in tegenstelling tot haar moeder die ze als kind vaak aan het werk zag. "Moeder schilderde bloemen en landschappen, alles zeer nauwgezet. Ik werk graag snel." Het werk dat ze laat zien is op vier uur afgewerkt, en toch kan je doorheen de spontaniteit een zorgvuldige structuur ontdekken. Iemand uit het publiek vond dat je iets van de oorspronkelijke inspiratiebron, de stenen, er nog kon in terugvinden. De kunstenaars waar Ann van houdt zijn Giacometti en het grafisch werk van Rodin. Zeer recent probeert ze zelf ook met keramiek te werken. Ann heeft een eigen atelier naast dan van haar vriend. Ze schilderen samen, soms heel letterlijk want ze werken soms samen aan één schilderij. Ann is van opleiding ergotherapeute, en volgde later enkele jaren academie.
Marc Mestdagh is de schoonzoon van de vroegere eigenaar van de weverij, Mr.Larmuseau. De naam van de weverij is echter vooral bekend als weverij De Paepe. Tijdens ons het bezoek laat Marc ons foto's zien waarin we de weverij zien zoals ze vroeger was, met enorme weefgetouwen. Er werden handdoeken en washandjes geproduceerd. De twee ruimtes zijn nu helemaal leeg gemaakt en de werken aan de muren trekken de blik. Papier en karton worden via collagetechniek met elkaar verbonden. Vele werken zijn beschreven met de woorden "nature morte", het Franse woord voor stilleven. De roestbruine kleur symboliseert de natuur die aan het sterven is, maar het geeft ook de indruk uit metaal te zijn samengesteld. Nogal wat werken dateren uit 1997. Het jaar nadien volgde er tot vorig jaar een periode zonder creatie. De periode waarin het vaderschap veel van zijn tijd opeiste.
Marc is een autodidact. Het is duidelijk dat zijn werk een hele evolutie kende. Van Mondriaan-achtige schilderijen tot werken die meer een geheel vormen. Er zijn vele motieven of gedeeltes van werken die op een andere manier weer terugkomen of verknipt terugkomen in andere werken.




Blanche en Marie is een roman over mogelijke en vooral ook, onmogelijke liefde en speelt zich af in Parijs aan het begin van de twintigste eeuw. Centraal staan Blanche Wittmann, ooit een van de bekendste zenuwpatiënten ter wereld, en Marie Curie die tweemaal de Nobelprijs won maar vanwege een verboden liefde een verschoppeling werd in wetenschappelijke kringen.Blanche Wittmann werd als jonge patiënte opgenomen in de psychiatrische kliniek van het Salpètrière-ziekenhuis in Parijs. Haar arts was J.M. Charcot, wereldwijd bekend als de eerste arts die hypnose toepaste bij de bestrijding van wat toen bekend stond als hysterie bij vrouwen. Onder de bezoekers van zijn publieke séances bevonden zich August Strindberg en de jonge Freud. Nadat Charcot was overleden werd Blanche assistente van de Pools-Franse Nobelprijswinnares Marie Curie.Blanche en Marie raakten innig bevriend. Blanche wist van Maries onfortuinlijke liefdesaffaire met haar getrouwde collega Paul Langevin. Deze affaire leidde tot een enorm schandaal op het moment waarop Marie haar tweede Nobelprijs ontving voor haar ontdekking van radium.